Home•Kenniscentrum•Schadeverhaal
Schadevergoeding bij winkeldiefstal stijgt naar €242: een begrijpelijke verhoging die om uitleg vraagt

Vanaf 14 september 2026 stijgt de standaardvergoeding bij winkeldiefstal van €181 naar €242. Dat is een verhoging van ruim 33 procent. De vergoeding is bedoeld als compensatie voor de tijd en kosten die een winkelier maakt bij het afhandelen van een winkeldiefstal.
Dat het huidige bedrag na veertien jaar wordt herzien, is op zichzelf niet vreemd. Personeelskosten, beveiligingskosten en andere bedrijfslasten zijn sinds 2012 aanzienlijk gestegen. Toch roept de manier waarop het nieuwe bedrag is vastgesteld bij Retail Recovery vragen op.
Niet omdat wij tegen een hogere schadevergoeding zijn. Wel omdat een standaardbedrag van €242 controleerbaar, uitlegbaar en transparant onderbouwd moet worden.
Geen boete, maar een schadevergoeding
In de praktijk wordt het bedrag van €181 vaak een ‘boete voor winkeldiefstal’ genoemd. Juridisch is dat niet helemaal juist. Het gaat om een civielrechtelijke schadevergoeding die een ondernemer kan verhalen op iemand die door zijn handelen schade heeft veroorzaakt.
Een strafrechtelijke boete wordt opgelegd door de overheid. Deze schadevergoeding wordt namens de benadeelde winkelier gevorderd en staat los van een eventuele strafrechtelijke afhandeling.
Dat onderscheid is belangrijk. Een civiele schadevergoeding moet namelijk verband houden met daadwerkelijk geleden schade. Bij winkeldiefstal kan die schade onder andere bestaan uit:
- de tijd die medewerkers besteden aan het aanspreken en ophouden van de verdachte;
- de interne registratie van het incident;
- het doen van aangifte;
- de overdracht aan de politie;
- administratieve werkzaamheden;
- verstoring van de bedrijfsvoering;
- eventuele aanvullende beveiligings- en personeelskosten.
Een vast bedrag kan de afhandeling eenvoudiger en efficiënter maken. Maar standaardisering neemt de noodzaak van een duidelijke onderbouwing niet weg.
Van €181 naar €242
Het huidige bedrag van €181 wordt sinds 2012 gehanteerd. De overheid omschreef dit eerder als een standaardtarief voor de tijd die een ondernemer kwijt is aan het ophouden en overdragen van een winkeldief en het doen van aangifte.
Er is bekendgemaakt dat dit bedrag vanaf 14 september 2026 stijgt naar €242. Als redenen worden onder meer inflatie, gestegen overheidsboetes, proportionaliteit en de preventieve werking van het bedrag genoemd. Ook zou juridisch onderzoek hebben uitgewezen dat een verhoging verdedigbaar en wenselijk is.
Die argumenten zijn voorstelbaar. Wat in de publiek toegankelijke toelichting echter ontbreekt, is een concrete berekening waaruit blijkt hoe deze factoren precies tot €242 leiden.
Hoeveel tijd kost de gemiddelde afhandeling tegenwoordig? Met welk uurtarief is gerekend? Welke werkzaamheden vallen onder het standaardbedrag? Welke gegevens zijn bij winkeliers verzameld? En welk deel van de verhoging is gebaseerd op aantoonbaar hogere kosten?
Juist die informatie kan het draagvlak voor de nieuwe vergoeding vergroten.
Waarom transparantie noodzakelijk is
Retailers hebben recht op een passende vergoeding voor schade die zij door winkeldiefstal lijden. Daarover bestaat wat ons betreft geen discussie. Winkeldiefstal is geen administratief ongemak, maar een serieus probleem dat ondernemers geld, tijd en een gevoel van veiligheid kost.
Tegelijkertijd wordt een civiele schadevergoeding geloofwaardiger wanneer duidelijk is hoe het gevorderde bedrag is opgebouwd. Dat is niet alleen relevant voor degene van wie betaling wordt gevraagd. Ook winkeliers moeten kunnen uitleggen waarom een bepaald bedrag redelijk en verdedigbaar is.
Transparantie beschermt daarmee alle betrokken partijen:
- ondernemers weten welke schade zij verhalen;
- medewerkers kunnen de regeling correct toelichten;
- betrokkenen begrijpen hoe de vordering tot stand is gekomen;
- rechters en andere professionals kunnen de redelijkheid beter beoordelen;
- de regeling behoudt maatschappelijk en juridisch draagvlak.
Een sticker bij de ingang waarop het bedrag staat, zorgt ervoor dat bezoekers vooraf over de mogelijke financiële gevolgen worden geïnformeerd. Dat maakt de berekening achter het bedrag zelf echter nog niet inzichtelijk.
Eerdere rechtspraak laat zien waarom onderbouwing ertoe doet
Het bestaan van een standaardbedrag betekent niet automatisch dat iedere rechter dit bedrag zonder verdere toelichting volledig toewijst.
In een uitspraak uit 2018 oordeelde de Rechtbank Amsterdam bijvoorbeeld dat onvoldoende was onderbouwd dat de betreffende winkel daadwerkelijk minimaal €181 schade had geleden. De rechter volgde destijds niet zonder meer de conclusie dat het standaardbedrag proportioneel en juridisch houdbaar was.
In andere zaken is het bedrag wel toegewezen, bijvoorbeeld wanneer de aansprakelijkheid of de hoogte van de hoofdsom niet werd betwist. De uitkomst kan dus afhangen van de feiten, de gemaakte afspraken, het gevoerde verweer en de beschikbare onderbouwing.
Dat onderstreept een belangrijk uitgangspunt: een efficiënt schadeverhaal en een deugdelijke bewijsvoering moeten naast elkaar kunnen bestaan.
Ons standpunt: verhogen kan, maar laat de rekensom zien
Retail Recovery begrijpt dat een bedrag dat sinds 2012 niet is aangepast op enig moment opnieuw moet worden bekeken. De kosten van personeel, administratie en beveiliging zijn gestegen. Het zou daarom te eenvoudig zijn om iedere verhoging bij voorbaat als onredelijk te bestempelen.
Onze kritische vraag is een andere: waarom precies €242?
Wanneer onderzoek, gesprekken met winkeliers en juridische analyses aan het nieuwe tarief ten grondslag liggen, zou het goed zijn om ten minste de belangrijkste resultaten en uitgangspunten daarvan openbaar te maken. Daarvoor hoeven geen vertrouwelijke bedrijfsgegevens te worden gedeeld. Een controleerbaar rekenmodel of een samenvatting van de onderzochte gemiddelde kosten zou al veel duidelijkheid geven.
Een schadevergoeding moet niet alleen juridisch verdedigbaar worden genoemd. De onderbouwing moet ook in de praktijk navolgbaar zijn.
Maatwerk blijft belangrijk
Een standaardbedrag heeft duidelijke voordelen. Het voorkomt dat iedere winkelier na elk incident een volledige urenregistratie en individuele schadeberekening moet maken. Dat verlaagt de administratieve last en kan zorgen voor een consistente aanpak.
Maar standaardisering mag niet betekenen dat omstandigheden nooit meer een rol spelen. De afhandeling van een eenvoudige zaak kan immers anders verlopen dan een incident waarbij meerdere medewerkers langdurig worden ingezet, politieassistentie nodig is of aanvullende schade ontstaat.
Een evenwichtig systeem combineert daarom drie elementen:
- een goed onderbouwd standaardbedrag;
- ruimte om bij bijzondere omstandigheden van dat bedrag af te wijken;
- een toegankelijke procedure voor vragen en gemotiveerde bezwaren.
Tijdens een overgangsperiode tot 1 januari 2027 kan waar nodig maatwerk worden toegepast. Het is wenselijk dat ook duidelijk wordt volgens welke criteria dit maatwerk wordt beoordeeld.
Een sterke aanpak vraagt om vertrouwen
Winkeldiefstal veroorzaakt reële schade en verdient een consequente aanpak. Ondernemers mogen verwachten dat zij worden geholpen bij het verhalen van die schade. Tegelijkertijd moet een regeling die op grote schaal wordt toegepast boven iedere twijfel verheven zijn.
Daarom pleit Retail Recovery voor volledige duidelijkheid over de berekening van het nieuwe bedrag. Niet om de verhoging op voorhand af te wijzen, maar om haar sterker te maken.
Want een schadevergoeding die begrijpelijk, proportioneel en controleerbaar is, biedt uiteindelijk de beste bescherming voor ondernemers én het meeste vertrouwen in de aanpak.
Hulp nodig bij schadeverhaal na winkeldiefstal?
Retail Recovery helpt retailers bij een zorgvuldige en professionele afhandeling van winkeldiefstal en andere vormen van winkelcriminaliteit. Daarbij staan een duidelijke werkwijze, goede dossiervorming en een verdedigbaar schadeverhaal centraal.
Wilt u weten wat de tariefwijziging voor uw organisatie betekent of hoe u uw interne proces kunt voorbereiden? Neem dan contact met ons op.